overleg240.jpg

Leidinggeven is de managementfunctie die de directe aansturing van medewerkers betreft, wordt ook wel leiderschap genoemd en omvat verschillende stijlen, variërend van zeer taakgericht tot zeer mensgericht.

Bij Fayol is het de derde managementfunctie “commander”,  bij Keuning en Eppink valt het onder interne afstemming en in het 7S-model is het de S van Style (Stijl van leidinggeven).

De verhouding tussen management en leidinggeven is die van een overkoepelend begrip (management) tot een onderdeel ervan (leidinggeven). Leidinggeven is zelf weer een verzamelnaam voor verschillende stijlen van leidinggeven en heeft dus neutrale, overkoepelende betekenis.

Leidinggeven verschilt in zoverre van leiderschap dat het altijd betrekking heeft op de activiteit van het leiding geven, terwijl leiderschap daarnaast ook meer specifiek kan slaan op het leider zijn.

Dat leidinggeven ook leiderschap genoemd wordt betekent niet dat ze volledig synoniem zijn. Ze zijn dat waar het de activiteit van het leiding geven betreft, maar leiderschap kan daarnaast ook specifiek slaan op het leider zijn, het gezag en de vaardigheden van de leider.

(meer hierover binnenkort onder leiderschap)

Anders dan Fayols term “commander” lijkt te suggereren, omvat leidinggeven niet alleen instrueren, maar ook motiveren en ondersteunen.

En coördineren en controleren worden door Fayol weliswaar onderscheiden van leidinggeven, maar zullen, afhankelijk van de zelfstandigheid van de medewerkers en gehanteerde managementsystemen, er niet altijd van te scheiden zijn. Bij Keuning en Eppink worden ze dan ook alle drie onder interne afstemming gegroepeerd. Ook Mintzberg noemt als eerste coördinatiemechanisme direct toezicht, wat een leidinggevende veronderstelt.

Het onderscheid tussen leidinggeven en andere managementtaken is dus niet altijd duidelijk te maken. Wel zou je kunnen zeggen dat elke leidinggevende altijd een manager is, maar een manager niet altijd een leidinggevende.

 De leidinggeven in het 7S-model met Style (Stijl van leidinggeven) wordt aangeduid geeft aan dat er verschillende manieren van leidinggeven zijn en dat het erom gaat dat de stijl past bij de organisatie.

Vanaf de X- en Y-theorie van McGregor heeft het denken over leidinggeven zich in rap tempo ontwikkeld. Het begon met het benoemen door McGregor van twee verschillende, naast elkaar bestaande visies op leidinggeven, directief (taakgericht) en participatief (mensgericht); vervolgens kwam het inzicht van Blake en Mouton dat taak- en mensgerichtheid gecombineerd kunnen en moeten worden en tenslotte het nog meer geavanceerde concept van situationeel leidinggeven van Hersey en Blanchard, dat taak- en mensgerichtheid door elke leidinggevende wel gecombineerd toegepast moeten kunnen worden, maar dat dit niet altijd de beste leiderschapstijl is. Het zijn de situatie en de bekwaamheid en bereidheid van de medewerkers die bepalen wat de meest effectieve stijl van leidinggeven is.

Goed leidinggeven betekent dus de juiste leiderschapstijl toepassen en dat wil zeggen: wees taakgericht waar taakgerichtheid nodig is en wees mensgericht waar mensgerichtheid wordt gevraagd.